CHAMELEON

Het steeds wisselende kleurpalet van Telemanns kamermuziek

Geen andere 18e-eeuwse componist was zo kundig in zoveel verschillende muziekstijlen als Georg Philipp Telemann. Zijn muziek bleef ‘avant garde’ door de veelzijdigheid en vindingrijkheid, gedurende zijn hele leven. Om die reden werd hij niet alleen door zijn tijdgenoten, maar ook door de generatie na hem hoog aangeslagen; zijn roem was enorm.

In ons 15-jarig samenspelen heeft Telemanns kwaliteit in compositorische veelzijdigheid ons altijd weten te fascineren. Dit programma is samengesteld om recht te doen aan die rijkdom van zijn muzikale palet.

Programma
U zult enkele stukken zeker herkennen; andere, zoals het ‘Trio voor viool en cello obbligato’ in een Italiaanse stijl, of het pastorale ‘Trio voor twee violen in scordatura’ zullen voor vele luisteraars fijne verrassingen blijken. Net als in onze opname van Telemanns stukken is het programma gecentreerd rond de suite die New Collegium heeft samengesteld uit zijn hoogstgewaardeerde publicatie ‘Der getreue Music-Meister’. Geconfronteerd met Telemanns kameleontische noten blijven we ons afvragen: is dit echt de muziek van één componist, en niet zes?

PASSIONE SACRA E PROFANA

Vivaldi's Stabat Mater

Oscar Verhaar & New Collegium

Het lijdensverhaal van Christus staat aan de basis van vele juwelen in barokmuziek. Met dezelfde intensiteit zijn menselijke zieleroerselen een inspiratiebron gebleken: de liefde staat centraal in talloze cantates en opera’s. New Collegium en countertenor Oscar Verhaar verkennen samen met het publiek het landschap van geestelijke en wereldlijke passies, aan de hand van twee meesterwerken.

Programma
Het ‘Stabat Mater’ van Vivaldi – dramatisch en intens, vol van symbolisme en barokke uitdrukkingskracht – vindt haar evenbeeld in Alessandro Scarlatti’s cantate ‘Filen, mio caro bene’. Hierin horen we Filli’s lijden vanwege Fileno’s ongeloof in haar liefde.
Een sinfonia en twee sonates van deze beide componisten completeren het thema.

Meer informatie op Oscar’s website

OVERIGE 4 PROGRAMMA'S

"TOUT SE TRANSFORME"

De muziekbibliotheek van Bach als werkplaats

Gedurende zijn hele leven bestudeerde Johann Sebastian Bach composities van landgenoten en gerespecteerde componisten uit Frankrijk en Italië. Zijn rijke muziekbibliotheek diende niet alleen om de verschillende buitenlandse stijlen te onderzoeken, maar ook als bron van inspiratie voor zijn eigen stukken.

Dit programma brengt de bibliotheek van Bach letterlijk tot klinken; we horen de bronnen die van invloed zijn geweest op zijn werk en op Bachs leerlingen, voor wie hij het materiaal referentiewaarde gaf. Vanuit zijn eigen smaak en briljante geest vormde Bach zijn erfenis, die we kunnen omschrijven als een muzikale variant op ‘de wet van Lavoisier’: ‘Niets wordt geschapen, niets raakt verloren, alles verandert slechts.’

Programma

Bach bezat een exemplaar van Dieuparts suites (Suitte VI was gekopiëerd in zijn eigen handschrift) en meerdere werken van Vivaldi, Rosenmüller, Zuccari en zijn zoons ‘peetvader’ Telemann. Een basso continuo-versie van Albinoni’s populaire Sonate in a mineur door Bachs leerling H.N. Gerber toont correcties van Bach, in een stijl die Italiaanse gebruiken combineert met Bachs persoonlijke keuzes.

In het werk van C.P.E. Bach, die verklaarde dat zijn vader zijn enige docent was geweest, zien we de gemengde stijl van Johann Sebastian nog verder doorontwikkeld in de stijl van ‘Empfindsamkeit’, die de opmaat naar de klassieke periode vormde.

Het programma besluit met één van Bachs bekendste orgeltrio’s. De cirkel is rond: met Bachs muziek als voedingsbodem hebben we de invloeden in muziek van latere componisten ontdekt en keren we, met nieuwe oren, terug naar de basis.